![]() |
|
![]() |
![]() |
![]() |
Kort overzicht geschiedenis Steenwijk
18e eeuw
Aan het eind van de 17e eeuw veranderde de Republiek der Nederlanden de verdedigingsstrategie. Grote delen van het grondgebied werden beschermd door zgn. verdedigingslinies in samenhang met grote waterwegen. Zo werd de IJssel een belangrijke verdedigingslinie, waardoor Steenwijk als vooruitgeschoven post minder belangrijk was en opgegeven kon worden. Hoewel Steenwijk geen plaats meer was voor het strijdtoneel waren er toch regelmatig militairen in de stad. Zo was er in 1715 tot 1716 een deel van het cavalerie regiment van Hessen-Kassel gelegerd en van 1750 tot 1752 een deel van het Regiment Dragonders van Ditfourth. Ook blijken in deze periode veel Steenwijkers als beroepsmilitair in verschillende legers te hebben gediend. Toch had ook Steenwijk te lijdden van de Oostenrijkse Successie Oorlogen (1740 - 1748). In 1784 tot 1787 moest een bataljon infanterie, in opdracht van de Staten van Overijssel, de Patriottenbeweging in Steenwijk tot de orde roepen.
Bestuur Staatkundig traden er in de 2e helft van de 18e eeuw grote veranderingen op. De gegoede burgerij eiste zijn plaats op in politiek en bestuur. Het regentenbestuur dat tot die tijd de macht in handen had gehad moest langzamerhand zijn privileges afstaan. Soms ook werd het geschil gezien als een strijd van Oranjegezinde protestanten tegen de heersende klasse van overwegend katholieke magistraten die weer grip wilden krijgen op de invloed van de kerk op het maatschappelijke en politieke leven.. Deze conflicten rond 1750 zijn bekend geworden als de "Plooierijen". Zo waren er twee groepen ontstaan die elkaar zelfs met de wapens bestreden. Jurriaen Ariaens de Vos was lid van een door burgemeester Ram opgerichte Compagnie (burgerwacht), die op 16 november 1748 probeerde Harmen Coops Fledderus aan te houden. Harmen Coops wist echter, nadat hij de nodige klappen had gekregen, te ontkomen. Op maandag 2 december 1748 werd Harmen Coops Fledderus in alle vroegte van zijn bed gelicht, en tot zijn verrassing, gearresteerd.
Deze geschiedenis rond 1748 is uitvoerig beschreven in het boek "Steenwijk beroerd en weer tot rust gebracht.” In dit boek komen we regelmatig de naam tegen van Doctor
S. de Bock zie generatie acht.
Enkele dagen later werd hij snel veroordeeld en opgehangen. Een paar maanden later bracht Jurriaen Ariaens de Vos een dodelijke slag met de sabel toe aan Jan (Tromp) Meesters, ged. Meppel 3-2-1712, grootburger van de stad Steenwijk sinds 3 mei 1737, eekmulder en leerlooier, "gecommitteerde van de Borgeren van 1748", op 17 februari 1749. Jan (Tromp) Meesters overleed drie dagen later (20 febr. 1749) en Jurriaen vluchtte naar Amsterdam. In juli/aug. 1750 werd Jurriaen Arieans de Vos alsnog gearresteerd als moordenaar.
Economie De landbouw en veeteelt vormde in deze eeuw nog een belangrijk deel van de economie van de marktplaats Steenwijk. De invloed van de gevreesde blaarziekte (Mond-en KlauwZeer) was dan ook fors. Zo verloren in 1716/1717 201 runderen het leven, terwijl in 1724 de veestapel van Steenwijk slechts 216 koeien groot was. In 1769 sloeg de ziekte weer toe en stierven 222 runderen. Het was toch vooral de handel- en het transport van turf, hout, leerproducten en stenen, die de economische welvaart bepaalden. In 1750 waren er overigens maar 79 gezinnen met een gezamenlijk vermogen van fl 162.896,--; de overige 165 gezinnen waren onvermogend en dus aangewezen op de armenzorg. De textielindustrie die zich tot het midden van de 18e eeuw redelijk wist te handhaven, moest uiteindelijk in 1780 alle bedrijven sluiten. De textielindustrie was inmiddels verplaatst naar Twente.
Bevolking Blijkens de Volkstelling van 1748 telde Steenwijk toen 1.408 inwoners. In 1795 waren dat er 1.671 geworden.
| ![]() |